|









De diepte in:

nieuw!!




|
Verloop van een burnout
Het proces van
toenemende stress en overspannenheid is onder te verdelen in negen fasen.
De eerste drie fasen beschrijven het ziek worden, de volgende drie
beschrijven het ziek zijn en het herstel geschiedt eveneens in drie
stappen.
Het ziek worden
Fase 1: Je bent je nog niet bewust van een verstoord evenwicht. Wel is
er een onderliggend gevoel dat de inspanning om voldoening te krijgen
steeds groter wordt. Dit gevoel blijft voortdurend op de achtergrond
aanwezig. Het verstoorde evenwicht uit zich in tegenzin om naar het werk
te gaan, overgevoelig raken en eerder ruzie of conflicten krijgen. Je
neemt het werk mee naar huis. Door dit alles raakt je thuissituatie ook
gespannen. Er ontstaat het gevoel tegen de klok te moeten werken en
tevens gevoelens van falen. De weerstand verminderd met als logisch
gevolg dat er verkoudheden en griepjes optreden.
Fase 2: Je word je nu bewust van een groter wordende inspanning.
Voldoening na het werk is er niet meer. Na de inspanning voel je
negatieve emoties. Het lichaam gaat reageren met negatieve prikkels.
Voor het onprettige gevoel zoek je compensatie. Dit uit zich ook in je
gedrag. Je weet van geen ophouden meer en gaat steeds solistischer
werken. Vermoeidheid negeer je. Van ontspanning is geen sprake meer en
je gevoel van uitputting gaat de boventoon voeren. Dit wordt ook nog in
de hand gewerkt door slecht slapen. In het handelen word je ook
krampachtiger. Je kunt moeilijk op onverwachte gebeurtenissen reageren
of je reageert rigide of met wrevel. Lichamelijk krijg je klachten als
nek-, schouder- en hoofdpijn, maag- en rugklachten. Je eetlust wordt
mogelijk minder, je behoefte aan genotmiddelen groter. Ook je zin in
vrijen kan overigens afnemen.
Fase 3: Je reageert op de onprettige gevoelens met een soort verzet. Je
vertoont verminderde betrokkenheid bij het werk en minder respect voor
je omgeving. Je gevoel naar mensen verdwijnt, je toont vermijdend gedrag
naar klanten en collega's, geeft anderen de schuld van fouten en bent
steeds meer afwezig, ook in lichamelijke zin.
De uitputtingsfasen
Fase 4: Je knapt af. Je kunt en wil niet meer werken. Je meldt je ziek.
Misschien wil je zelfs ontslag nemen en op zoek gaan naar ander werk.
Het afhaken uit zich in enerzijds schuld- en schaamtegevoelens, je
voldoet immers niet meer aan de verwachtingen van je omgeving,
anderzijds in onverschilligheid en vermijdend gedrag. Je sluit je af en
hebt last van algehele malaise. Met uiteenlopende klachten kom je bij de
arts terecht.
Fase 5: Herstel blijft tegen verwachting uit. Je schuldgevoel hierover
neemt toe. Je blijft somber, wil alleen nog maar slapen en zoekt
allerlei compensatie zonder daar voldoening uit te krijgen. Soms meld je
je meerdere malen beter, uit schaamtegevoel. Maar je bent natuurlijk nog
niet beter.
Fase 6: De balans wordt opgemaakt. "Heb ik wel de juiste baan of
werkgever?" In deze fase raak je misschien in conflict met jezelf en je
omgeving, je bent uit balans en weet niet meer welke weg in te slaan.
Nog steeds voeren sombere gevoelens de boventoon.
De herstelperiode
Fase 7: Je beseft dat je ziek bent en niet alleen maar moe. Je gaat nu
tijd steken in zelfzorg. Dit uit zich onder andere door prettige
activiteiten te gaan ontplooien en ondernemen. Jezelf onderzoeken en
dingen doen die je levensenergie bevorderen in plaats van afbreken. Je
gevoel van voldoening komt hierdoor weer terug. En herstel treedt
langzaam in, je krijgt weer energie terug. Je moet in deze fase nog
niets forceren, alles is gericht op het herstel!
Fase 8: Je stelt een daad. Je laat weten wanneer je van plan bent weer
terug te keren op het werk of besluit afscheid te nemen van het werk.
Misschien kies je voor een andere werkgever of zelfs een ander beroep.
Fase 9: Je moet weer wennen aan de nieuwe situatie. Je werkomgeving
reageert op de andere manier van werken. Wanneer je van beroep bent
veranderd kun je het moeilijk krijgen. Het verlaten van je oude beroep
kan gepaard gaan met gevoelens van rouw. Na hersteld te zijn, kan de
angst voor een nieuwe burn-out nog regelmatig de kop op steken. Wil je
dat voorkomen, ga dan terug naar de vorige pagina.
Bron: Vademecum Psychosociale Informatie |
|